De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (kortweg de Wet REA) biedt arbeidsgehandicapten zelf instrumenten om hun kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om scholing of proefplaatsing bij een bedrijf. REA minimaliseert de financiële risico's voor werkgevers die arbeidsgehandicapten in dienst nemen. Daarnaast biedt de wet werkgevers compensatie voor eventuele extra kosten voor aanpassingen van de werkplek en dergelijke. Want het mag niet zo zijn dat de financiële risico's een werkgever ervan weerhouden u als arbeidsgehandicapte in dienst te nemen.
 

 
Door de Wet Rea krijgt de werkgever meer (financiële) verantwoordelijkheid voor zijn zieke en arbeidsongeschikte werknemers. Dat geeft een krachtige stimulans om ziekte en arbeidsongeschiktheid zoveel mogelijk te voorkomen door te zorgen voor adequate verzuimbegeleiding en goede arbeidsomstandigheden.

Reïntegratie-instrumenten
Er zijn verschillende regelingen die het voor u als arbeidsgehandicapte makkelijker maken om (weer) aan de slag te gaan, zoals;

Reïntegratie-uitkering tijdens scholing
Heeft u recht op een uitkering volgens de Werkloosheidswet (WW) of recht op een uitkering volgens de Wet Beperking inkomensgevolgen Arbeidsongeschiktheidscriteria (WBIA) en wilt u zich laten om-, her- of bijscholen? Uw WW- of WBIA-uitkering kan dan in sommige gevallen worden omgezet in een reïntegratie-uitkering. Uw UWV-kantoor beslist of u hiervoor in aanmerking komt. De reïntegratie-uitkering is even hoog als de WW-/WBIA-uitkering die u ontving voor u aan de scholing begon. De hoogte van de uitkering kan tijdens de scholing niet worden gewijzigd. U komt tijdens de scholing maximaal twee jaar in aanmerking voor een reïntegratie-uitkering.

Persoonsgebonden reïntegratiebudget
Vanaf 1 maart 2002 kunnen arbeidsgehandicapte werknemers een persoonsgebonden reïntegratiebudget (PRB) aanvragen. Deze vorm van subsidie is bedoeld voor arbeidsgehandicapte werknemers in dienst van een werkgever die geen passend werk bij de eigen werkgever of elders kunnen vinden. Het budget is maximaal EUR 3.630,00 over maximaal één jaar. Dat geld kan via een reïntegratie-instelling besteed worden aan activiteiten die de arbeidsmarktpositie van de arbeidsgehandicapte werknemer verbeteren. Bijvoorbeeld arbeidsbemiddeling, (sollicitatie-)begeleiding, advisering, of een beroepskeuzetest. Het budget is te verkrijgen in de vorm van een subsidie of in de vorm van een overeenkomst.

In beide varianten kiest u zelf het reïntegratiebedrijf en stelt u tevoren een ('doelmatig' kan er uit) trajectplan op. Daarin moet te lezen zijn welke activiteiten u met het budget wilt bekostigen, gericht op behoud, herstel of bevordering van uw mogelijkheden om te werken. UWV beoordeeld vervolgens of de richting die u met het trajectplan kiest reëel is en of de te maken kosten noodzakelijk zijn. Wie voor de subsidie kiest, moet zelf een overeenkomst sluiten met een reïntegratiebedrijf of Arbo-dienst naar keuze.

Een modelovereenkomst ontvangt u bij aanvraag van het PRB van UWV evenals alle andere documenten die u nodig heeft om te komen tot een volledige aanvraag. Verder moet u elke drie maanden rapporteren hoe het gaat. Zonodig kan UWV een voorschot verstrekken, bijvoorbeeld als u bepaalde kosten vooruit moet betalen. U kunt UWV machtigen om de betalingen rechtstreeks met het bedrijf te regelen. In de tweede variant hebt u minder rompslomp. U kiest het reïntegratiebedrijf, maar UWV sluit daarmee een overeenkomst voor u. Het reïntegratiebedrijf zorgt dan voor de driemaandelijkse rapportage en declareert de kosten rechtstreeks bij UWV. U en het reïntegratiebedrijf moeten steeds controle mogelijk maken, zodat UWV kan zien of het geld rechtmatig wordt besteed. Na afloop van het traject stelt UWV de hoogte van het budget definitief vast.

Als er meer voorschot is betaald dan nodig was voor de goedgekeurde werkzaamheden, moet dat uiteraard terugbetaald worden. Het PRB staat voorlopig alleen open voor arbeidsgehandicapte werknemers. Jonggehandicapten zonder werkgever en zelfstandigen kunnen wel een beroep doen op de bestaande mogelijkheden van de wet REA. Bijvoorbeeld een jobcoach voor begeleiding op de werkplek of een starterskrediet voor wie een eigen bedrijf wil beginnen. UWV kent geen persoonsgebonden reïntegratiebudget toe als UWV of de werkgever al bezig zijn met een reïntegratietraject. Het is dus òf de werkgever die het voortouw neemt, òf UWV, òf u via het PRB. Zodra duidelijk is dat de werkgever geen passend werk kan bieden, kan de werknemer binnen zes weken een PRB aanvragen òf het initiatief voor reïntegratie bij UWV laten. Meer informatie en het persoonsgebonden reïntegratiebudget zelf kunt u vragen bij het UWV-kantoor bij u in de buurt.

Loon en inkomenssuppletie
Als u werk aanvaardt tegen een lager loon dan uw loon dat u ontving toen u nog niet arbeidsgehandicapt was, komt u in aanmerking voor een aanvulling. Zo’n aanvulling wordt loonsuppletie genoemd. U komt in aanmerking voor loonsuppletie als u bij een nieuwe werkgever gaat werken of als u een nieuwe functie gaat bekleden bij uw huidige werkgever. U komt ook in aanmerking voor loonsuppletie als u als voormalig zelfstandige in loondienst gaat werken. De loonsuppletie is maximaal 20% van uw ‘theoretische verdiencapaciteit’. De ‘theoretische verdiencapaciteit’ is het loon dat u op basis van uw kunnen zou moeten kunnen verdienen. Wat dit is, wordt tijdens de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling bepaald. De suppletie kan zowel bij plaatsing als herplaatsing verstrekt worden. Aanvaardt u een baan met een veel lager loon, dan krijgt u gedurende 4 jaar een aanvulling. Deze wordt langzaam afgebouwd. Het tweede jaar krijgt u nog 75%, het derde jaar 50% en het vierde jaar 25%. Dit geldt voor alle arbeidsgehandicapten.

Proefplaatsing
Als arbeidsgehandicapte met een (volledige of gedeeltelijke) WW- of WBIA-uitkering, of een uitkering van de gemeente, hebt u de mogelijkheid om - vrijwillig - voor zes maanden op proef te werken voor een potentiële werkgever. Voor WW- en WBIA-gerechtigden wordt de uitkering gedurende de proefplaatsing vervangen door een reïntegratie-uitkering. De proefplaatsing is een goed middel om de laatste twijfels bij een potentiële werkgever weg te nemen. U kunt laten zien wat u als werknemer waard bent. Alhoewel vast werk het uiteindelijke doel is van de proefplaatsing, is een aansluitend dienstverband geen voorwaarde. Werkgevers kunnen dus geheel vrijblijvend een poging wagen. De regeling geldt met de nieuwe wet ook voor een nieuwe functie bij de eigen werkgever (uiteraard pas na het eerste ziektejaar). Mensen met een (gedeeltelijke) WW of BIA-uitkering komen in aanmerking voor een reïntegratie-uitkering. Deze is even hoog als uw huidige uitkering. Bovendien geldt de regeling voor mensen die minder dan 15% (bij WAO) of 25% (bij Wajong/WAZ) arbeidsongeschikt zijn. Dit betekent dat ook arbeidsgehandicapten met een uitkering van de gemeente (Abw, IOAW of IOAZ) nu een proefplaats kunnen krijgen met behoud van uitkering.

Financiering scholingsinstituten
De Wet Rea zorgt ervoor dat de tijdelijke financiering van specifieke scholingsinstituten voor (arbeids) gehandicapten wordt omgezet in een structurele financiering (per 1-1-1999). Scholing is voor de reïntegratie van werkzoekende arbeidsgehandicapten een belangrijk instrument. Sommigen vinden echter, gezien de aard van hun handicap, onvoldoende aansluiting bij de gangbare opleidingen. Er is dan ook een belangrijke aanvullende rol weggelegd voor de erkende scholingsinstituten voor gehandicapten, zoals Werkenrode, Sonneheerdt, Hoensbroek, EEGA en Heliomare.

Voorzieningen voor uw eigen werk
U kunt in aanmerking komen voor voorzieningen voor het verrichten van arbeid. Daarbij gaat het om meeneembare aanpassingen op uw werk. Hierbij kunt u denken aan een doventolk, persoonlijke ondersteuning of vervoer van en naar uw werk, een speciaal aangepaste stoel of een op het individu afgestemde PC. U kunt zelf een aanvraag indienen voor het aanpassen van uw werkplek. Deze voorzieningen kunt u meenemen op het moment dat u bij een andere werkgever in dienst treedt. Voor meeneembare voorzieningen die aan de werkgever worden verstrekt, kan de werkgever eventueel in aanmerking komen voor meerkostenvergoeding. Het betreft dan voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden en de bij arbeid te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op het individu zijn afgestemd. Hierbij kunt u denken aan voorzieningen die u ook op een andere arbeidsplaats zal kunnen gebruiken.

Voorzieningen niet-werknemers
Als u geen dienstverband heeft, kunt u eveneens voorzieningen bij UWV aanvragen die kunnen bijdragen aan het herstel van uw arbeidsgeschiktheid. Te denken valt aan voorzieningen in de vorm van scholing, opleiding en de daarvoor noodzakelijke hulpmiddelen. Het kunnen ook voorzieningen zijn, die het u mogelijk maken om werk te verrichten op een proefplaats. Deze regeling geldt ook voor jongeren onder de 18 jaar, studerenden en zelfstandigen met een arbeidshandicap.

Toetrederskorting
Op het moment dat u werk aanvaardt, kunt u in aanmerking komen voor een toetrederskorting. Met werk wordt een betaalde baan bedoeld waarmee u minimaal 50% van het wettelijk minimumloon verdient. 50% van het minimumloon is € 7.360,-. U komt niet in aanmerking voor de toetrederskorting als u een gesubsidieerde baan aanvaardt. Verder moet u minimaal een aaneengesloten periode van zes maanden werken voordat u recht heeft op de toetrederskorting. Als u een uitkering ontvangt op grond van de WAO, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), kan u gedeeltelijk recht houden op een uitkering. U kunt bijvoorbeeld een gedeeltelijke WAO-uitkering ontvangen en daarnaast met parttime werk 50% van het minimumloon verdienen.

Toetrederskorting is heffingskorting
De toetrederskorting is een extra heffingskorting. Een heffingskorting is een korting op het belastingbedrag dat u moet betalen. De korting is maximaal € 2.269,- over een periode van drie jaar. Het eerste jaar ontvangt u €1.361,- , het tweede jaar € 454,- en het derde jaar €454,-.

Werkaanvaardingspremie
De toetrederskorting vervangt in principe de werkaanvaardingspremie op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW). U komt niet in aanmerking voor een toetrederskorting als u nog aanspraak kunt maken op een WIW-werkaanvaardingspremie. Dit geldt als u voor 1 januari 2002 werk heeft aanvaard en u een uitkering had op grond van de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), of als u een WIW-dienstbetrekking of een Instroom-doorstroombaan (ID-baan) had.

Voorlopige teruggaaf
In principe werkt u zes maanden waarna u een aanvraag kunt doen voor een toetrederskorting. Deze korting ontvangt u dan na afloop van het kalenderjaar. U kunt bij de Belastingdienst ook een aanvraag doen voor een voorlopige teruggaaf van de toetrederskorting. Voorwaarde is dat u in de 18 maanden voorafgaand aan uw nieuwe baan minstens een jaar een uitkering heeft ontvangen of gesubsidieerd werk heeft verricht. Dit kunt u aantonen met een toetredersverklaring. Deze verklaring kunt u aanvragen bij het UWV of de gemeente.


Heeft u nog vragen?
Dan kunt u voor meer informatie tijdens kantooruren bellen naar de afdeling Publieksinformatie van UWV.
Kijk voor exacte adressen en de meest recente bedragen op www.cadans.nl
 

 
Zie ook het 'Forum' en lees of deel uw ervaring over het omgaan met Fibromyalgie.